Inschrijvingsgeld
De toegang tot het onderwijs is gratis voor leerplichtigen. Er wordt dus geen inschrijvingsgeld gevraagd in het basisonderwijs en het secundair onderwijs.
Studenten in het hoger onderwijs moeten wel inschrijvingsgeld betalen. Het bedrag wordt jaarlijks door de gemeenschappen vastgelegd. Bovenop het inschrijvingsgeld kunnen ook andere kosten worden aangerekend:
- het DIC of bijkomend inschrijvingsgeld (voor buitenlandse studenten)
- onkosten die voortvloeien uit reële kosten (syllabi, fotokopieën, specifiek materiaal, pedagogische reis …)
In de Vlaamse Gemeenschap
De maximale studiekosten zijn afhankelijk van het statuut van de student (beursgerechtigd of niet of bijna-beursstudent) en de opleidingscategorie waarvoor hij is ingeschreven (er worden punten toegekend naargelang het niveau van de opleiding).
De barema's voor 2007-2008 raadplegen
In de Franse Gemeenschap
Vermindering van de inschrijvingskosten
Beursgerechtigde studenten hebben recht op een verlaagd inschrijvingsgeld. Studenten die niet in aanmerking komen voor een beurs maar over beperkte financiële middelen beschikken, worden 'bijna-beursstudenten' genoemd. Zij komen in aanmerking voor een vermindering van de studiekosten.
In de Vlaamse Gemeenschap
Een student wordt beschouwd als 'bijna-beursstudent' als de inkomsten van het huishouden waar hij deel van uitmaakt hoogstens 1 336,71 euro hoger zijn dan de maximale inkomensgrens voor het verkrijgen van een beurs.
In de Franse Gemeenschap
Het totaal van studiekosten (inschrijvingsgeld + DIC + onkosten die voortvloeien uit reële kosten) mag niet hoger zijn dan 105 euro voor een beursgerechtigde student en 471 euro voor een bijna-beursstudent. Deze grenzen zijn nog niet in elke school van toepassing. De vermindering gebeurt geleidelijk, over een periode van vijf jaar (sinds het academiejaar 2007-2008).