Herziening van de huurprijs
Voor huurcontracten die gesloten zijn vanaf 28 februari 1991 kan de huurprijs onder bepaalde voorwaarden herzien worden. Een herziening kan zowel een verhoging als een verlaging zijn.
Een herziening is niet hetzelfde als een indexatie en kan slechts gebeuren aan het einde van elke driejarige periode. Zowel de huurder als de verhuurder kunnen een herziening vragen aan de andere partij. Dat kan enkel tussen de negende en de zesde maand die aan de einddatum van de lopende driejarige periode voorafgaan.
Na een verzoek om herziening zijn er twee mogelijkheden:
- De partijen gaan akkoord over het principe van de herziening en het bedrag ervan.
- De partijen bereiken geen akkoord.
Blijft een akkoord uit, dan kan de vragende partij zich tot de vrederechter richten. Dat moet gebeuren tussen de zesde en derde maand die aan de einddatum van de lopende driejarige periode voorafgaan. De rechter kan de herziening in twee gevallen toestaan:
- Hij kan een verhoging of verlaging van de huurprijs toestaan als de vragende partij bewijst dat de huurwaarde door nieuwe omstandigheden ten minste 20 % hoger of lager ligt.
- Hij kan een verhoging van de huurprijs toestaan als de verhuurder bewijst dat de huurwaarde met ten minste 10 % is gestegen door de werken die hij in de woning heeft uitgevoerd.
Alleen als de vragende partij de bewijzen kan voorleggen, zal de vrederechter de verhoging of verlaging toekennen. De aanvrager moet kunnen aantonen dat het verschil tussen de huurwaarde en de betaalde huurprijs minstens 10 % of 20 % bedraagt. De rechter zal dan een billijke uitspraak doen. Als hij een herziening van de huurprijs toestaat, wordt die van kracht vanaf de eerste dag van de volgende driejarige periode.