Hof van beroep en arbeidshof
Er zijn vijf hoven van beroep. Zij zijn de beroepsinstanties voor de rechtbanken in de arrondissementen van hun rechtsgebied. Iemand die het dus oneens is met een vonnis van een rechtbank in eerste aanleg, kan hoger beroep instellen bij een hof van beroep of het arbeidshof als het gaat om een eerder vonnis van de arbeidsrechtbank.
Wanneer het hof het hoger beroep tegen beslissingen in eerste aanleg van een arbeidsrechtbank behandelt, spreekt men van het arbeidshof.
De hoven van beroep hebben ook het zogenaamde voorrecht van rechtsmacht. Dat wil zeggen dat beklaagde magistraten meteen voor het hof van beroep komen en dus hun mogelijkheid van een hoger beroep verliezen. Zij worden dus tegelijk in eerste en in laatste aanleg beoordeeld.
Tegen een arrest van het hof van beroep kan een cassatieberoep worden ingesteld, maar dat gaat alleen maar wegens procedurefouten of een foutieve interpretatie of toepassing van de wet.
Een hof van beroep telt vier soorten kamers:
- Kamer voor burgerlijke zaken
- Kamer voor correctionele zaken
- Jeugdkamer
- Kamer van inbeschuldigingstelling
Kamer voor burgerlijke zaken
Deze kamers nemen kennis van een hoger beroep tegen een vonnis in eerste aanleg van de burgerlijke kamers in de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel.
Kamer voor correctionele zaken
De kamers voor correctionele zaken doen een uitspraak in strafzaken. Ze behandelen het hoger beroep tegen vonnissen van de correctionele kamer in de rechtbanken van eerste aanleg.
Jeugdkamer
De jeugdkamer houdt zich bezig met het hoger beroep tegen vonnissen van jeugdrechters in de rechtbanken van eerste aanleg.
Kamer van inbeschuldigingstelling
Deze kamer is het onderzoeksgerecht bij het hof van beroep. Het is belast met het beroep tegen beslissingen van de raadkamer. Het is ook deze kamer van inbeschuldigingstelling die een beklaagde doorverwijst naar het Hof van Assisen wanneer deze een misdaad, een drukpersmisdrijf of een politiek misdrijf zou hebben gepleegd.