Europese Gemeenschapsgerechten
Alsmaar meer Europeanen migreren binnen de Europese Unie. Daardoor ontstaan er steeds meer situaties – en dus ook mogelijke juridische conflicten – waarbij personen betrokken zijn die niet in dezelfde lidstaat verblijven. Om het leven van de burgers te vergemakkelijken en de juristen te helpen, zijn in de Europese Unie heel wat regels vastgesteld of in ontwikkeling.
Het Europese Gemeenschapsrecht kan als een volwaardige rechtsorde worden beschouwd. Het is namelijk autonoom, het verschilt van de rechtsorde van de lidstaten en het heeft zijn eigen rechtsbronnen. Anders dan het klassieke internationale recht – dat hoofdzakelijk tot staten is gericht – is het gemeenschapsrecht er ook voor particulieren en ondernemingen.
Binnen de Europese Unie zijn er een Europees Gerecht van Eerste Aanleg en een Europees Hof van Justitie. Beide zijn gevestigd in Luxemburg. Het Gerecht is bevoegd voor de behandeling van klachten vanwege personen of ondernemingen tegen de Europese instellingen en klachten tegen beslissingen of nalatigheden van de lidstaten.
Het Hof van Justitie gaat na of de eigen Europese instellingen en ook alle lidstaten zich aan de basisregels van de Europese Gemeenschap houden. Het onderzoekt klachten van een Europese instelling of een lidstaat. Het Hof behandelt ook de hogere beroepen of cassatieberoepen tegen de beslissingen van het Gerecht van Eerste Aanleg. Ten slotte beantwoordt het ook juridische vragen van nationale rechtscolleges in verband met Europese normen.
Het Gerecht van Eerste Aanleg
Het Gerecht van Eerste Aanleg bestaat uit ten minste één rechter per lidstaat, dus 27 in 2008. De regeringen van de lidstaten benoemen de rechter in onderlinge overeenstemming voor zes jaar.
Het Gerecht is bevoegd om zaken te behandelen zoals:
- Rechtstreekse beroepen tegen handelingen van de gemeenschapsinstellingen of tegen het nalaten van deze instellingen om een besluit te nemen, bijvoorbeeld een beroep van een onderneming tegen een beschikking van de Commissie waarbij de onderneming een boete heeft gekregen
- Beroepen die de lidstaten instellen tegen de Commissie
- Beroepen die de lidstaten instellen tegen de Raad in verband met handelingen zoals staatssteun, handelspolitieke beschermingsmaatregelen (een voorbeeld hiervan is dumping)en besluiten waarmee de Raad uitvoeringsbevoegdheden uitoefent
- Beroepen om schade die veroorzaakt is door gemeenschapsinstellingen of hun personeelsleden te vergoeden
- Beroepen die gebaseerd zijn op overeenkomsten die gesloten zijn door de Gemeenschappen en die het Gerecht uitdrukkelijk de bevoegdheid geven
- Beroepen op het gebied van het communautaire merkenrecht
Tegen beslissingen van het Gerecht kan men hoger beroep instellen bij het Europese Hof van Justitie.
De taal waarin het proces voor het Gerecht van Eerste Aanleg wordt gevoerd, is de taal van het verzoekschrift. Dat kan een van de 23 officiële talen van de Europese Unie zijn. Pleidooien, vragen en antwoorden kunnen – als dat nodig is – simultaan vertaald worden in verschillende officiële talen van de Europese Unie. De rechters beraadslagen onderling – zonder tolk – in een gemeenschappelijke taal, in de praktijk is dat meestal in het Frans.
Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Het Hof van Justitie bestaat uit 27 rechters – uit elke lidstaat 1 – en 8 advocaten-generaal. Ze worden in onderlinge overeenstemming benoemd door de regeringen van de lidstaten voor 6 jaar. Advocaten-generaal staan het Hof bij: zij hebben als taak een juridisch advies voor te leggen (ook wel 'conclusie' genoemd) in zaken waarin zij worden aangewezen.
Het Europese Hof heeft verschillende bevoegdheden die ook een verschillende procedure doorlopen, onder andere:
- De prejudiciële verwijzing: nationale rechters kunnen of moeten soms het Hof van Justitie om verdere uitleg vragen in verband met bepaalde onderdelen van het gemeenschapsrecht om bijvoorbeeld na te gaan of het gemeenschapsrecht verenigbaar is met de nationale wetgeving. Het Hof geeft geen advies, maar antwoordt met een arrest dat bindend is voor alle nationale rechterlijke instanties.
- Het beroep wegens niet-nakoming: het Hof van Justitie kan nagaan of de lidstaten alle verplichtingen die het gemeenschapsrecht hen oplegt wel nakomen.
- Het beroep tot nietigverklaring: de verzoeker wil een nietigverklaring van een handeling van een instelling (een verordening, een richtlijn of beschikking). De verzoeker is in dit geval een lidstaat of een gemeenschapsinstelling.
- Het beroep wegens nalatigheid: het Hof van Justitie kan nagaan of de gemeenschapsinstellingen in strijd met het gemeenschapsrecht hebben nagelaten om een besluit te nemen.
Een procedure voor het Hof van Justitie bestaat altijd uit een schriftelijke en een (openbare) mondelinge fase. Bij rechtstreekse beroepen is de procestaal de taal van het verzoekschrift. Bij de prejudiciële vragen is de procestaal die van de nationale rechter die zich tot het Hof van Justitie wendt.
Pleidooien, vragen en antwoorden kunnen – als dat nodig is – simultaan vertaald worden in verschillende officiële talen van de Europese Unie. De rechters beraadslagen onderling – zonder tolk – in een gemeenschappelijke taal, traditioneel is dat in het Frans.
Van de talrijke arresten die het Hof heeft uitgesproken hebben de meeste duidelijk belangrijke gevolgen voor het dagelijkse leven van de Europese burger. Ze hebben dan ook gezorgd voor onder andere deze rechtsprincipes:
- Vrij verkeer van goederen (arrest Cassis de Dijon van 1979 en arrest Decker van 1998)
- Vrij verkeer van personen (arrest Kraus van 1993, arrest Bosman van 1995, arrest Deutscher Handballbund van 2003 en arrest Simutenkov van 2005)
- Vrij verrichten van diensten (arrest Cowan van 1989, arrest Kohll van 1998)