Rechtbank van eerste aanleg
België telt 27 rechtbanken van eerste aanleg: één in elk gerechtelijk arrondissement. De rechtbank van eerste aanleg heeft drie afdelingen:
- de burgerlijke rechtbank
- de correctionele rechtbank
- en de jeugdrechtbank.
De burgerlijke rechtbank
Deze rechtbank is bevoegd voor alle zaken die een persoon aangaan. Dat kan dus gaan over een echtscheiding, afstamming, maar ook adoptie. De burgerlijke rechtbank behandelt ook geschillen:
- waarvan het bedrag hoger is dan 1860 euro
- in verband met erfrechten
- over auteursrechten
- voor beroepen tegen vonnissen van de vrederechter
De correctionele rechtbank
Dit is een strafgerecht dat wanbedrijven bestraft. Die wanbedrijven zijn bijvoorbeeld:
- Oplichting
- Fraude
- Onopzettelijke doodslag
- Diefstal met braak
- Diefstal met geweld
- Gecorrectionaliseerde misdaden
De correctionele rechtbank behandelt ook het beroep tegen vonnissen van de politierechtbank.
De jeugdrechtbank
De jeugdrechtbank behandelt geschillen die vallen onder de wet op de Jeugdbescherming (1965). Het gaat dus onder andere over:
- ontheffing uit het ouderlijk gezag
- plaatsing van minderjarigen in opvanggezinnen of gesloten centra
- jeugdcriminaliteit
Wanneer een van de partijen of het openbaar ministerie zich niet neerlegt bij het vonnis van een rechtbank van eerste aanleg, kan ze hiertegen in beroep gaan. Dit kan alleen als de rechtbank in eerste aanleg een vonnis heeft geveld, niet wanneer het zich als beroepsinstantie heeft uitgesproken over een vonnis van de politie- of vrederechter.
Het hof van beroep behandelt alle beroepen: het maakt niet uit of het een zaak van de burgerlijke, de correctionele of de jeugdrechtbank was.