Waarmee moet u rekening houden?
Wanneer u van plan bent een bewakingscamera te plaatsen en te gebruiken, moet u rekening houden met het proportionaliteitsbeginsel.
Dat wil zeggen:
- dat er een evenwicht moet bestaan tussen uw belang en het recht op de bescherming van het privéleven van de gefilmde persoon. (Is een camera in een wachtzaal van een dokter wel nodig?)
- dat er geen andere maatregelen mogelijk zijn die minder ingrijpen in het privéleven van de gefilmde persoon. (Een concertorganisator hoeft de ingang van de concertzaal niet te filmen om te zien of iedereen wel betaalt: hij kan ook opzichters plaatsen die de bezoeker controleren.)
- dat er geen overbodige beelden mogen worden verwerkt en dat de camera niet gericht mag zijn op een plaats waarvoor men niet bevoegd is. (Zo mag een dancinguitbater geen camera richten op de openbare weg om amokmakers van ver te zien aankomen. Niet elke weggebruiker is een dancingbezoeker. Bovendien mag de uitbater geen publieke plaatsen filmen.)
Op deze regeling zijn twee uitzonderingen. De volgende camera’s moeten de voorschriften van de camerawet niet volgen:
- Bewakingscamera's die geregeld zijn door een bijzondere wetgeving zoals de voetbalwet
- Bewakingscamera's op de arbeidsplaats; in de privésector moet dan CAO nummer 68 (PDF, 8 p. – 98,19kB) worden nageleefd.
In sommige gevallen kunnen zowel de camerawet als de CAO gelden: in een supermarkt kunnen camera's tegelijk dienen om toezicht te houden op personeel dat de kassa bedient, als om misdrijven zoals winkeldiefstal te voorkomen.