Financiële hulp
Sinds 1 augustus 1985 kunnen slachtoffers van opzettelijke gewelddaden of hun verwanten onder bepaalde voorwaarden om een financiële hulp van de federale staat verzoeken. Wanneer de dader onbekend is of onvermogend blijkt, is het billijk dat de federale staat bijdraagt tot het vergoeden van de slachtoffers.
Deze financiële tegemoetkoming zal zelden het leed volledig kunnen goedmaken – het is geen integrale schadeloosstelling, maar het probeert wel om de geleden schade wat te verzachten.
Om die financiële hulp uit te keren richtte de overheid de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden op. Deze Commissie gaat na of de staat kan tussenkomen in de kosten en voor welk bedrag.
In 2004 is de wet gewijzigd waardoor meer mensen van deze financiële hulp kunnen gebruikmaken. Zo komen niet alleen de slachtoffers zelf en de nabestaanden in aanmerking, maar ook naaste verwanten van een vermist slachtoffer en de ouders van een minderjarig slachtoffer dat een langdurige medische of therapeutische behandeling nodig heeft.