Begunstigden
Slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
Financiële hulp van de staat is bedoeld voor slachtoffers die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden. Die schade moet het rechtstreekse gevolg zijn van een opzettelijke gewelddaad.
Meer specifiek gaat het om gewelddaden waarbij de dader met opzet geweld pleegt op het slachtoffer. De financiële hulp geldt niet voor slachtoffers van:
- Misdrijven uit nalatigheid of onvoorzichtigheid, bijvoorbeeld: de meeste verkeersovertredingen
- Vermogensdelicten, bijvoorbeeld: diefstal zonder geweld of bedreiging
Wanneer het slachtoffer overleden is als gevolg van de opzettelijke gewelddaad komen de nabestaanden in aanmerking voor een financiële tussenkomst.
Als het om een minderjarig slachtoffer gaat, vraagt een ouder, voogd of wettige vertegenwoordiger de financiële hulp aan.
Ouders van minderjarigen met een langdurige behandeling
Ouders of voogden van een minderjarig slachtoffer dat een langdurige medische of therapeutische behandeling nodig heeft, kunnen ook een verzoek tot financiële hulp richten tot de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
Verwanten van vermiste personen
Wanneer een persoon al meer dan een jaar vermist is en deze vermissing heel waarschijnlijk te wijten is aan een opzettelijke gewelddaad, kunnen verwanten tot en met de tweede graad een aanvraag tot financiële hulp doen. Ook personen die samenwoonden met een vermiste persoon kunnen een verzoek indienen bij de Commissie.
Ook wanneer de dader onbekend blijft of ontoerekeningsvatbaar is, kan de Commissie hulp toekennen.