Voorwaarden
Niet iedereen heeft recht op financiële hulp van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Er zijn een aantal voorwaarden aan verbonden.
- De opzettelijke gewelddaad moet in België gepleegd zijn.
- U bezit op het moment van de gewelddaad de Belgische nationaliteit of u bent gerechtigd om België binnen te komen, er te verblijven of er zich te vestigen of u heeft naderhand een verblijfsvergunning van onbepaalde duur gekregen van de Dienst Vreemdelingenzaken.
- Voor hoofdhulp moet u wachten op de resultaten van het vooronderzoek of de strafprocedure. Voor noodhulp is dit niet noodzakelijk.
Wanneer beslist de Commissie over de toekenning?
Wanneer de hulp wordt toegekend, hangt af van het feit of de dader gekend is of niet.
- Wanneer de dader gekend is, ontvangt u de hulp na de definitieve veroordeling van de dader.
- Wanneer de dader onbekend blijft, ontvangt u de hulp na de beslissing tot seponering of nadat er een jaar is verstreken sinds de burgerlijke partijstelling.
Als de dader niet strafrechtelijk vervolgd kan worden – bijvoorbeeld omdat deze minderjarig is – dan houdt de Commissie daar rekening mee.
- Als de dader gekend is, moet u om schadevergoeding gevraagd hebben. Dit kan men afleiden uit de burgerlijke partijstelling of uw vordering voor een burgerlijke rechtbank of eventueel uit de rechtstreekse dagvaarding van de dader.
- U mag over geen andere mogelijkheden beschikken om een afdoende vergoeding van de schade te krijgen, dat wil zeggen dat u de Commissie niet kunt vragen om hulp als uw verzekering de volledige schade al zou betaald hebben.
De Commissie houdt ook rekening met:
- het vermogen van de dader om te betalen en de eventuele afbetalingen van de dader.
- de tussenkomst van de mutualiteit of de arbeidsongevallenverzekeraar.
- de eventuele vergoeding op basis van een private verzekering.
Wat kunt u vragen?
Als u schade geleden heeft, kunt u als slachtoffer hulp aanvragen voor:
- De morele schade, rekening houdende met tijdelijke of blijvende invaliditeit
- De medische kosten en de ziekenhuiskosten, inclusief kosten voor een prothese
- De tijdelijke of blijvende invaliditeit
- Een verlies of vermindering aan inkomsten door een tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid
- De esthetische schade
- De procedurekosten tot een bedrag van 4000 euro
- De materiële kosten zoals kleding, maar ook verplaatsingskosten tot een bedrag van 1250 euro
- De schade die voortvloeit uit het verlies van een of meerdere schooljaren
De nabestaanden van een overleden slachtoffer kunnen hulp aanvragen voor:
- de morele schade van het overlijden van het slachtoffer.
- de medische kosten en ziekenhuiskosten.
- het verlies van levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer.
- de begrafeniskosten tot een bedrag van 2 000 euro.
- de procedurekosten tot een bedrag van 4 000 euro.
- de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren.
De verwanten van een vermiste persoon of de ouders van een minderjarig slachtoffer dat als gevolg van een opzettelijke gewelddaad een langdurige medische of therapeutische behandeling nodig heeft, kunnen een hulp vragen voor:
- de morele schade
- de medische kosten en hospitalisatiekosten
- de procedurekosten tot een bedrag van 4000 euro
Maximum bedragen
De Commissie kent pas hulp toe als de schade hoger is dan 500 euro.
Noodhulp kan voor schade die hoger is dan 500 euro en gelimiteerd is tot een bedrag van 15 000 euro.
De totale hulp die aan een slachtoffer of zijn verwant kan ontvangen, is 62 000 euro.