De federale ministerraad in België

De persberichten van de wekelijkse ministerraad kunt u online raadplegen in de databank Presscenter.org. U vindt daarin persberichten die teruggaan tot 1995.

Historiek

Uiterst bondig kan worden gesteld dat de ministerraad zijn oorsprong vindt in de "Raad van ministers van het Koninkrijk der Nederlanden". De ministers waren toen, overeenkomstig de "Fundamentele Wet" van 24 augustus 1815, alleen verantwoordelijk tegenover de koning (Willem I) en niet tegenover de Staten-Generaal (parlement). Vandaar dat de noodzaak bestond dat de koning zich regelmatig met zijn ministers over 's lands bestuur beraadde.

Ondanks de bepalingen van de Belgische grondwet van 7 februari 1831, waren in de staatsrechtelijke visie van koning Leopold I (1835-1865) de ministers de persoonlijke medewerkers van de vorst, en waren zij elk individueel tegenover hem verantwoordelijk. In deze opvatting was de ministerraad in de eerste jaren van onafhankelijk België de vergadering van de ministers onder het voorzitterschap van de koning [1].

Op het einde van zijn regering zag koning Leopold I, vooral om gezondheidsredenen, geleidelijk af van het voorzitten van de ministerraad.

Koning Leopold II (1865-1909) aanvaardde geleidelijk de evolutie van de politieke verantwoordelijkheid van de regering t.o.v. het parlement, los van het vertrouwen van de koning, zodat de ministerraad zich langzamerhand als autonoom orgaan zou gedragen. Toch bleef koning Leopold II erop staan om, voor belangrijke kwesties, de raad voor te zitten. In de mate waarin de problemen complexer werden en de beslissingen van de ministerraad een directere politieke weerslag hadden, werd het voor de constitutionele vorst moeilijker om als voorzitter van de raad op te treden. Bovendien deed zich onder koning Leopold II een belangrijke hervorming van het kiesstelsel voor, zodat het vertrouwen van het parlement veel zwaarder ging doorwegen dan het vertrouwen van de koning.

Deze tendens zette zich voort onder koning Albert I (1909-1934), maar op te merken valt dat koning Albert I de ministerraad tijdens de gehele duur van de krijgsverrichtingen 1914-1918 voorzat. Bovendien kende België vanaf 1919, door de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht [2], coalitieregeringen, zodat de figuur van de "chef van het kabinet" als "eerste minister" van dan af onherroepelijk op het voorplan kwam als regeringsleider en als coördinator van de regeringsactiviteiten.

Bij de troonsbestijging van de koning Leopold III (1934-1940-1944) was het feit dat de koning de ministerraad voorzat, reeds volledig in onbruik geraakt. Koning Leopold III heeft slechts drie maal de ministerraad voorgezeten.

Prins Karel (1944-1950) heeft tijdens zijn regentschap een paar keer de ministerraad voorgezeten om kennis te nemen van een aantal belangrijke maatschappelijke problemen, zonder als dusdanig deel te nemen aan de bespreking.

Koning Boudewijn (1950-1951-1993) heeft tijdens heel zijn regeringsperiode twee maal de ministerraad voorgezeten, namelijk op 3 december 1951 en op 13 november 1957.

Koning Albert II (1993-...) heeft, tot nu, nog niet de wens uitgedrukt om een vergadering van de ministerraad bij te wonen, laat staan voor te zitten.

Algemeen kan gesteld worden dat de maatschappelijke evolutie de koning ertoe noopte het voorzitterschap van de raad geleidelijk over te laten aan de "chef van het kabinet", haast altijd de formateur van de regering, die later de titel van "eerste minister" ging voeren, zonder dat de koning evenwel ooit formeel het recht verzaakte de ministerraad voor te zitten. Dit is trouwens de reden waarom in België de eerste minister geen "Minister-President = voorzitter" is, zoals bv. in Nederland.

Grondwettelijke bepalingen

De grondwet van 7 februari 1831 voorzag de bevoegdheid van de "in raad verenigde ministers" slechts in één uitzonderlijke omstandigheid, namelijk het interregnum ingevolge het overlijden van de koning (artikel 90, en, per analogie, artikel 93).

Bij de herziening van de grondwet in 1970 werd het bestaan van de ministerraad indirect grondwettelijk erkend:

  • in het kader van de zogenaamde "alarmbelprocedure" (artikel 54);
  • door de inschrijving, in de grondwet, van de historisch gegroeide gewoonte van de taalkundig paritaire samenstelling, de eerste minister eventueel uitgezonderd (artikel 99) ;
  • door de inschrijving, in de grondwet, van de bepaling dat staatssecretarissen geen lid zijn van de ministerraad (artikel 104).

 

Samenstelling

Artikel 99 van de grondwet bepaalt dat de ministerraad ten hoogste 15 leden telt en dat de ministerraad, de eerste minister eventueel uitgezonderd, evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers telt.

Artikel 104 van de Grondwet bepaalt daarnaast uitdrukkelijk dat de staatssecretarissen geen deel uitmaken van de ministerraad. Strikt formeel worden de staatssecretarissen dus geacht enkel de ministerraad bij te wonen voor de bespreking van de dossiers waarvoor zij bevoegd zijn of die hen in het bijzonder aanbelangen. Worden alle staatssecretarissen uitgenodigd dan spreekt men van "regeringsraad".

In de praktijk is echter in de loop van de voorbije jaren de gewoonte ontstaan dat de staatssecretarissen, wegens hun gering aantal, de volledige ministerraad bijwonen, zonder dat van "regeringsraad" wordt gesproken, en zonder dat de staatssecretarissen formeel lid zijn van de ministerraad.

Vergaderingen

De organisatie van de vergaderingen van de ministerraad berust veeleer op de gewoonte en de traditie en is eigenlijk een belangrijk onderdeel van ons "levend" grondwettelijk recht. Bij de vorming van de regering overhandigt de nieuwe eerste minister aan elk van zijn ministers en staatssecretarissen een bundel waarin de richtlijnen zijn opgenomen inzake ministeriële deontologie, de werking van de regering in het algemeen en de werking van de ministerraad in het bijzonder. Hierin worden o.m. dag en uur van de zittingen vermeld, welke dossiers aan de raad moeten worden voorgelegd, op welke manier, enz.

Tenzij anders vastgesteld houdt de ministerraad één vergadering per week, nl. de vrijdagmorgen om 10.00 uur, in de Wetstraat 16 te Brussel, waar de kanselarij en het kabinet van de eerste minister zijn ondergebracht.

Tijdens de vergadering zijn de ministers gezeten aan een langgerekte zeshoekige tafel, waar ieder van hen beschikt over een vaste plaats die door de eerste minister o.a. volgens de orde van voorrang wordt aangewezen. Op deze vergadering zijn alleen de ministers en de secretaris van de ministerraad aanwezig.

Doordat de ministerraad is samengesteld uit evenveel Nederlandstalig als Franstalige leden (cfr. supra) en het de gewoonte is dat elk zijn eigen taal spreekt, is er nood aan simultaanvertaling. De vertalers zijn in een afzonderlijke cabine ondergebracht en wonen aldus in feite ook de discussies bij.

Als algemene regel geldt nochtans dat personen die geen lid zijn van de regering, de beraadslaging niet bijwonen. Van deze regel wordt slechts afgeweken in zeer uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer de raad meent over een bepaald probleem het advies te moeten inwinnen van een specialist of een technicus. Maar deze persoon moet normalerwijze wel de vergaderzaal verlaten wanneer de bespreking loskomt.

Een dergelijke geheimhouding omtrent de besprekingen in de ministerraad is gerechtvaardigd met het oog op het bewaren van de regeringssolidariteit (cfr. infra 8. "Beraadslaging en Beslissingsproces").

Bevoegdheden

Zoals reeds geschetst in punt 4. "Vergaderingen", is de ministerraad een instelling die zijn oorsprong vindt in de gewoonte. Door de evolutie van onze instellingen is de ministerraad uitgegroeid tot een van de belangrijkste epicentra van de Belgische politiek. Het is de taak van de ministerraad om te beraadslagen en te beslissen over het algemeen beleid en de ministerraad is tevens het forum waar wekelijks de politieke samenhang van de regeringscoalitie wordt getoetst.

Op straffe van nietigheid moet de raad beraadslagen over:

  • alle ontwerpen van koninklijk besluit, die krachtens de grondwet of een wet aan een voorafgaande beraadslaging in ministerraad moeten worden onderworpen;
  • de "ontwerpen van beraadslaging" die tot doel hebben, ofwel om machtiging te verlenen om de goedgekeurde kredieten te overschrijden, ofwel het voorlopig visum aan het Rekenhof te vragen, ofwel, het visum van het Rekenhof op te leggen;
  • de indiening van een beroep tot vernietiging bij het Arbitragehof van een gemeenschaps- of een gewestdecreet of een ordonnantie.

Het advies of het akkoord voor de ministerraad dient eveneens te worden gevraagd over alle aangelegenheden die de hele regering aanbelangen:

  • de voorontwerpen van wet;
  • de ontwerpen van samenwerkingsakkoord waarbij de federale staat partij is, alsmede voorontwerpen van wet houdende goedkeuring van dergelijke akkoorden in uitvoering van artikel 92bis, § 1, tweede lid, tweede zin, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993;
  • de ontwerpen van koninklijk of van ministerieel besluit die door hun onderwerp en hun draagwijdte een belangrijke politieke of budgettaire weerslag kunnen hebben;
  • de ontwerpen van omzendbrief met een budgettaire weerslag;
  • elke aangelegenheid die de regeringssolidariteit in gevaar kan brengen.

De raad neemt eveneens beslissingen inzake eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden, inzake de aanduiding van regeringsleden die de regering moeten vertegenwoordigen bij officiële plechtigheden, enz., en uiteraard inzake elke aangelegenheid die de interne werking van de regering regelt.

Het spreekt vanzelf dat elke aangelegenheid of elke actualiteit die de publieke opinie in belangrijke mate beroert of die van belang is voor onze betrekkingen met het buitenland, eveneens op de ministerraad wordt besproken. Dit gebeurt niet noodzakelijk met de bedoeling om te komen tot een formele beslissing, maar eerder om een gezamenlijke en vertrouwelijke gedachtenwisseling mogelijk te maken.

Indiening van de dossiers

Wanneer een regeringslid besloten heeft een dossier in te schrijven op de agenda van de ministerraad, richt hij daartoe een aanvraag aan de secretaris of de secretarie van de raad. In deze aanvraag wordt het onderwerp aangeduid, de eventuele retroakten en de medewerker van de minister die op de hoogte is van het dossier om, indien nodig, bijkomende informatie te verstrekken.

Deze aanvragen tot inschrijving moeten toekomen, ten laatste in de loop van de maandag van de week waarin de ministerraad plaatsheeft.

Samenstelling van de dossiers

Een dossier wordt aan de ministerraad voorgelegd in 60 identieke exemplaren, en omvat over het algemeen:

  • een inleidende "nota aan de ministerraad", in beide landstalen, die wordt beëindigd met een concreet en helder "voorstel van beslissing";
  • het document waarover de raad geacht wordt te beraadslagen, bv. het voorontwerp van wet of ontwerp van koninklijk besluit en, naargelang van het geval, de memorie van toelichting of het verslag aan de koning;
  • een aantal andere, noodzakelijke documenten die van de meest uiteenlopende aard kunnen zijn, maar steeds beogen het dossier zo volledig mogelijk te maken. Zij kunnen o.m. zijn: adviezen van de Raad van State ingewonnen naar aanleiding van een voorgaande beslissing van de ministerraad, adviezen van de Inspectie van Financiën en dergelijke meer.

Onderzoek

De dossiers worden dan onderzocht door de secretarie van de ministerraad die nagaat of de dossiers in orde zijn om op de agenda van de raad te worden ingeschreven. Hierbij wordt op verschillende zaken gelet:

  • de retroacta van het dossier: voorgaande beslissingen van de ministerraad en/of relaties met bestaande dossiers;
  • de correcte en volledige samenstelling van een dossier;
  • de aanwezigheid van een origineel door de indienende minister(s) ondertekende nota; indien het voorstel uitgaat van een staatssecretaris, de medeondertekening van de voogdijminister;
  • voor de dossiers die behoren tot de bevoegdheid van meerdere regeringsleden, wordt nagegaan of er een voorafgaand overleg heeft plaatsgehad op het ogenblik dat de voorstellen werden uitgewerkt, teneinde tot een gemeenschappelijk standpunt te komen;
  • de raadpleging van de verschillende adviesorganen die behoren tot de departementen;
  • het vervullen van de formaliteiten inzake budgettaire en administratieve controle (in de gevallen waarin deze vereist zijn: het advies van de Inspectie van Financiën, het akkoord van het (de) regeringslid (leden) bevoegd voor Begroting en/of Ambtenarenzaken);
  • de voorafgaandelijke raadpleging, in veel gevallen vereist door wettelijke beschikkingen, van de gemeenschaps- en gewestregeringen, van syndicale organisaties of andere instellingen.

Zoals men kan vaststellen, komt een dossier pas op de ministerraad, nadat alle raadplegingen en overleg hebben plaatsgegrepen. In bepaalde gevallen, wanneer het fundamentele keuzen of princiepsbeslissingen betreft, kan een dossier uiteraard wel eerst aan de raad worden voorgelegd.

Verdeling

Indien er over een dossier geen fundamentele bezwaren te formuleren zijn en indien er geen andere (politieke) problemen zijn wordt het document verdeeld en klaargehouden om op de ontwerp-agenda te worden ingeschreven (cfr. infra).

Onder "verdeeld" dient te worden verstaan dat het document wordt verdeeld aan alle regeringsleden, alsmede aan sommige andere instanties die betrokken zijn bij de werking van de ministerraad, zoals het kabinet van de koning, de secretarissen-generaal van de ministeries, het Bestuur van Begroting, enz.

Agenda

De maandagnamiddag wordt door de secretarie een ontwerpagenda opgemaakt. Deze omvat onder andere, maar hoofdzakelijk:

  • alle nieuwe dossiers die volledig in orde zijn (cfr. 6.3. "Onderzoek");
  • alle nieuwe dossiers waarvan verwacht wordt dat ze in orde zullen zijn op het ogenblik dat de agenda wordt vrijgegeven (vb. de dossiers waarvoor een advies van de Inspectie van Financiën ontbreekt maar waarvan men de formele zekerheid heeft dat het op tijd zal bezorgd worden);
  • de dossiers die zijn aangekondigd, maar waarvoor nog geen documenten beschikbaar zijn;
  • dossiers van de vorige week (weken) die werden uitgesteld;
  • dossiers van vorige week (weken) waarvoor een nieuwe inschrijving wordt gevraagd (b.v. na het tot stand komen van een akkoord in een werkgroep).

De secretarie zorgt eveneens voor de follow-up van eerdere beslissingen en herinnert die ook aan betrokken kabinet(ten).

Bij het opmaken van de ontwerpagenda neemt de secretarie contact op met de verschillende kabinetten van de regeringsleden, soms om een aantal verduidelijkingen te bekomen, maar meestal om op de valreep een aantal dossiers nog procedureel bij te sturen.

Deze ontwerpagenda wordt in de loop van de dinsdag besproken door de secretaris van de ministerraad en de secretarie. Deze bespreking is eerder van budgettaire, technische en juridisch-administratieve aard.

Op basis van deze bespreking wordt deze ontwerpagenda bijgestuurd om aldus dan reeds voor 95 % vast te leggen. Deze ontwerpagenda wordt dan besproken met de eerste minister. Het spreekt vanzelf dat de aard van deze bespreking eerder politiek is.

Gaat de eerste minister akkoord met de ontwerpagenda, dan ligt deze vast en wordt zij de dinsdagnamiddag verstuurd, samen met de dossiers die nog niet voordien werden uitgedeeld.

Aangezien de agenda's en documenten van vertrouwelijke aard zijn, moeten de ministers en staatssecretarissen de nodige maatregelen treffen om het vertrouwelijk karakter te bewaren.

Eens de agenda is verstuurd, waakt de secretarie erover dat de documenten die eventueel nog ontbreken worden verdeeld ten allerlaatste de vooravond van de raad of, om uitzonderlijk confidentiële redenen, ter zitting.

Op de agenda staat gewoonlijk ook een punt "VARIA" dat wordt voorbehouden aan de mededelingen die de eerste minister of een (ander) regeringslid (leden) willen doen aan de raad. Voor de mondelinge of schriftelijke mededelingen van de andere regeringsleden moet een vraag tot inschrijving worden gedaan. Deze mededelingen worden nochtans niet altijd formeel op de agenda ingeschreven, hoofdzakelijk om redenen van vertrouwelijkheid.

Wanneer een regeringslid een mededeling wenst te doen, dient hij hiervan op voorhand een tekst, een zgn. "speaking note" aan de secretarie te bezorgen.

De voorafgaande toestemming om ex abrupto een mededeling te doen die niet op de agenda is voorzien, wordt slechts verleend als het algemeen belang ermee gemoeid is.

DOEB-screening

De DOEB-screening of voluit Duurzame Ontwikkelingseffectbeoordeling is een werkwijze die de federale overheid toelaat om bij de beleidsvoorbereiding beter en systematischer duurzame ontwikkeling te integreren, zodat op basis van de verkregen inzichten het voorgenomen beleid indien nodig kan worden bijgestuurd of de maatregel kan worden aangepast of aangevuld (koninklijk besluit van 22 september 2004).

Elke voorgenomen overheidsbeslissing moet op het moment van agendering op de ministerraad vergezeld zijn van een ingevuld DOEB-formulier.

De volledige leidraad en de te gebruiken formulieren staan op de website van de POD Duurzame Ontwikkeling.

Beraadslaging en beslissingsproces

Zoals reeds onder "Vergaderingen" vermeld, houdt de ministerraad gewoonlijk één vergadering per week, de vrijdagmorgen en woont, behalve de ministers uiteraard, alleen de secretaris van de ministerraad de vergaderingen bij. Hij is de sleutelfiguur die in verbinding staat met de secretarie om bijkomende informatie of documenten op te vragen die nodig zijn voor de bespreking. In de loop van de vergadering bezorgt hij reeds de beslissingen aan de secretarie zodat ze kunnen worden geschreven in de vorm van een notificatie.

Het beginsel van de regeringssolidariteit, dat de samenhang moet waarborgen in de schoot van de coalitieregeringen, zoals wij die in België kennen, wil dat er in principe niet gestemd wordt. Volgens de grondwettelijke gewoonte beraadslaagt de ministerraad en formuleert hij een advies of komt hij tot een beslissing volgens de procedure van de consensus.

De eerste minister sluit het debat af op het ogenblik dat er een consensus bestaat om het voorstel goed te keuren en om een beslissing te nemen die gedekt zal zijn door de regeringssolidariteit. Dit houdt in dat alle leden solidair verantwoordelijk zijn voor een door de ministerraad genomen beslissing. Het is bijgevolg onaanvaardbaar dat een regeringslid openlijk voorbehoud maakt t.a.v. een collegiaal genomen beslissing, zeker wanneer het gaat om een voorontwerp van wet of een ontwerp van koninklijk besluit dat ter ondertekening aan het staatshoofd moet worden voorgelegd.

Wanneer men echter niet tot een consensus kan komen wordt het dossier uitgesteld. In veel gevallen wordt een dossier dan verwezen naar een "interkabinetten"-werkgroep om te pogen daar, via voorstel en tegen- voorstel, tot een voorbereidende consensus te komen.

Tot slot wordt erop gewezen dat de inhoud van de debatten in de raad geheim zijn en dat de ministeriële deontologie terzake de grootste discretie vereist.

Notificatie van de beslissingen en beknopte verslagen van de vergadering

Een beslissing van de ministerraad wordt over het algemeen opgenomen in een (meestal) korte tekst (de notificatie) waarin de essentie van de beslissing wordt weergegeven. Dit gebeurt in de taal van het regeringslid die het dossier heeft ingeleid behalve wanneer het een gepersonaliseerd dossier of een gelocaliseerd of localiseerbaar dossier betreft. De notificatie gebeurt in beide landstalen wanneer het voorstellen betreft hetzij van de eerste minister, hetzij van de ministers van Institutionele Hervormingen, hetzij aan de ministers bevoegd voor de nationaal gebleven aangelegenheden inzake Onderwijs.

Deze notificaties worden aan de regeringsleden en aan de secretarissen-generaal gestuurd.

Nadien worden de eigenlijke notulen van de vergadering opgesteld door de secretaris van de ministerraad en door hem ondertekend.

Oorspronkelijk werden deze notulen ook door de eerste minister medeondertekend, maar thans niet meer: men spreekt tegenwoordig ook niet meer van "notulen", maar van "beknopt verslag".

Een dergelijk beknopt verslag werd pas vanaf 1918 systematisch opgemaakt. Vroeger kwam het sporadisch voor dat de ministers één van hen opdroegen notulen of een verslag van de vergadering op te maken. Deze documenten die geen enkel officieel karakter hebben, werden niet systematisch bewaard en zijn bijna alle verdwenen. Van de oorlog 1914-1918 blijven alleen enkele nota's en memoranda over, die niet werkelijk als beknopte verslagen kunnen worden beschouwd.

Dit beknopt verslag is in eerste instantie bestemd om het staatshoofd in te lichten over de aard van de discussies die gevoerd werden en over bijzondere standpunten die door de regeringsleden werden ingenomen.

Het beknopt verslag wordt traditioneel opgesteld in zes exemplaren : één voor het staatshoofd, één voor de eerste minister, één voor de secretaris van de ministerraad, één dat wordt bewaard in het archief, één dat bestemd is om, ingeval van crisis, naar het buitenland te worden gebracht en één dat dient om te worden verknipt om in de vorm van een uittreksel bij de respectieve dossiers van de ministerraad te worden gevoegd.

Archieven

De archieven (d.w.z. de officiële dossiers) van de ministerraad worden sedert september 1944 bewaard in de Wetstraat 16. Sedert 1 september 1989 worden de dossiers ook bewaard in een databank (REGEDOC). Alle dossiers en documenten worden elektronisch ingevoerd in de databank. Sedert 1989 kunnen alle documenten, beslissingen en dergelijke meer opgevraagd en geconsulteerd worden door een beperkte groep van medewerkers.

Wanneer een eerste minister ontslag neemt uit zijn ambt is het de gewoonte dat hij zijn persoonlijke dossiers aan de ministerraad meeneemt ten persoonlijken titel. Dit kan, na een aantal jaren eerste-ministerschap een zeer omvangrijke massa dossiers zijn. Mede daarom hebben de meeste gewezen eerste ministers (of hun erven) in het verleden regelmatig hun persoonlijk archief in bewaring gegeven bij het Algemeen Rijksarchief. Dit betekent dat bijna alle persoonlijke archieven betreffende de ministerraad alsmede de beknopte verslagen sedert ongeveer 1920 bij het Algemeen Rijksarchief berusten. Zij kunnen wel nog niet geraadpleegd worden, vermits de huidige archiefwet (van 1955) de ontoegankelijkheid gedurende 100 jaar voorschrijft.

Hierbij dient echter te worden vermeld dat op basis van een overeenkomst die afgesloten werd tussen het Kabinet van de koning, de Kanselarij en het Algemeen Rijksarchief, de notulen van de ministerraad in de praktijk toegankelijk zijn na 50 jaar, per schijf van 10 jaar. Dit betekent concreet dat in de loop van het jaar 2000 de notulen toegankelijk zijn tot en met 1949.

Deze notulen van de ministerraad kan u online raadplegen op de website van het Rijksarchief.

Contacten met de pers - Verslagen en persberichten van de ministerraad

Hoger werd reeds gesteld dat de inhoud van de debatten in de raad in principe geheim is.

Nochtans is in de loop der jaren het gebruik ontstaan dat, na afloop van de ministerraad een persmap ter beschikking wordt gesteld met alle persberichten over de beslissingen van de raad.

De huidige eerste minister heeft de gewoonte ingevoerd om de vrijdagnamiddag, na afloop van de ministerraad, een persbriefing te organiseren voor de vertegenwoordigers van de pers. Tijdens deze persbriefing worden de besluiten meegedeeld die de ministerraad heeft genomen in verband met de belangrijkste behandelde problemen, voor zover niet werd besloten één of ander punt nog in beraad te houden. Deze persbriefing gebeurt op basis van genoemde persmap.

Wanneer de beslissingen van de ministerraad handelen over ontwerpen van koninklijk besluit, die dus nog door de koning ondertekend moeten worden, of over voorontwerpen van wet die in het parlement nog gestemd moeten worden, dan zijn die beslissingen nog niet onmiddellijk toepasbaar.

Eddy VAN PAEMEL
Adviseur-generaal

[1]

Belangrijk is te wijzen op de evolutie in het gebruik van de termen "kabinetsraad" en "ministerraad".

De term "kabinetsraad" is vandaag in onbruik geraakt ten voordele van "ministerraad". Thans wordt "ministerraad" gebruikt, ook in de officiële documenten, om de vergadering van de ministers aan te duiden onder het voorzitterschap van de eerste minister. Oorspronkelijk stond "ministerraad" voor de vergadering van de leden van de regering, onder voorzitterschap van de koning.

De term "kabinetsraad" werd gebruikt om de vergaderingen van de ministers aan te duiden, onder voorzitterschap van de "chef van het kabinet", die later (formeel vanaf 1918) de titel van eerste minister ging voeren.

De "kroonraad" is de vergadering van de ministers van staat onder het voorzitterschap van de koning. Wanneer ze aan een vergadering van de kroonraad deelnemen, beschikken de ministers van staat enkel over een raadgevende bevoegdheid, aangezien de politieke beslissing, volgens de grondwet, toekomt aan de koning onder de verantwoordelijkheid van de regering. De kroonraad vergaderde op 16 juli 1870 (uitbreken van de Frans-Duitse oorlog), op 2 en 3 augustus 1914 (ultimatum van Duitsland aan België), 2 mei 1919 (Verdrag van Versailles), 23 maart 1950 (Koningskwestie) en 18 februari 1960 (onafhankelijkheid van Kongo).

De "regeringsraad" is de vergadering van de ministers, onder het voorzitterschap van de eerste minister, waaraan ook alle staatssecretarissen deelnemen.

Het "kernkabinet" is de vergadering van de eerste minister en de vice-eerste ministers samen met (een) bepaalde minister(s) tijdens dewelke een specifieke problematiek, waarvan die minister(s) volledig op de hoogte is (zijn),besproken wordt.

[2]

Kiesstelsel voor het parlement in België (grondwet 7 februari 1831):
1831-1848 : gedifferentieerd censitair stelsel (census- of cijnskiesrecht)
1848-1892 : uniform censitair stelsel
1892-1919 : algemeen meervoudig stemrecht voor mannen + stemplicht
1919-1948 : algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen
1948-nu: algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen en vrouwen.

Over Belgie

Niet gevonden wat u zocht?